Spring naar de content

Sindsdien heb ik de test voor vele doeleinden en in vele settings gebruikt. Ten eerste om met collega’s te zien wat voor teamsamenstelling we hebben en om elkaar beter te begrijpen. Maar ook gebruikte ik het in een onderzoeksconsortium om de samenwerkingen te verbeteren tussen de verschillende disciplines. En ik gebruikte te test gewoon met vrienden, om elkaar beter te begrijpen. Ik zal eerlijk toegeven dat ik mijn vrienden de test soms ook vooral toespeelde omdat ik stiekem al een type bij ze in gedachten had, en benieuwd was of dat ook inderdaad uit de test zou komen! Altijd leuk om je eigen inschattingsvermogen te testen.

Er zijn natuurlijk ontzettend veel van dit soort tests te vinden. Ook heb ik zelf op verschillende manieren persoonlijke ontwikkelingscursussen gedaan, met dit soort werk met persoonlijkheidstypen. Maar wat ik tof vind aan deze test is dat het zo kort duurt om ‘m in te vullen (één iemand waarmee ik de test deed zei: “ik heb laatst € 3.000 betaald voor een hele middag assessment, en daar kwam precies hetzelfde uit!”) en dat het een behoorlijk accuraat beeld geeft van personen die de test doen. In mijn ervaring heeft 80% van de mensen die deze test doet grote herkenning in het type dat er bij hen uitkomt.

Wat ik daarbij ontzettend behulpzaam vindt, is dat de test werkt met beschrijvende titels. Je zou denken: wat maakt die titels nou uit? Blauw, rood, vogel… het maakt niet uit hoe je de types noemt. Maar het nadeel van abstracte benamingen is dat je eerst een vertaalstap moet maken. Je doet een test, krijgt een resultaat, en dan moet je nog uitzoeken wat dat resultaat betekent. Maar omdat je bij deze test een bijvoeglijk naamwoord én een zelfstandig naamwoord voor elk type hebt, kunnen mensen zich de types relatief makkelijk en snel eigen maken, heb ik gemerkt. Betrokken relatiebouwer, Gezaghebbende onderhandelaar, Gedreven voorvechter, Grondige ontwerper, Vindingrijke vormer, de types roepen direct een beeld op.

Maar, wat ik eigenlijk het belangrijkst en het interessants vind, is dat deze test een gespreksstarter is. Het geeft de mogelijkheid om een aantal Grondige ontwerpers naast elkaar te zetten en te vragen ‘Wat herken je in de beschrijving van een Grondige Ontwerper?’ en dat dat groepje dan eigenlijk altijd archetypische antwoorden gaat geven (“Nou, bijvoorbeeld als ik iets moet voorbereiden, dan begin ik bij te structuur. En ik vind het altijd belangrijk dat iets past in een kader van waar we mee bezig zijn”). En wat er dan gebeurt, is dat mensen die anders zijn, een ander type zijn, kunnen horen dat sommige mensen echt anders werken dan zij. Dat is nuttig, omdat iedereen toch volgens mij eigenlijk denkt dat het voor een ander wel precies zo zal werken als voor jou, omdat jij alleen maar jezelf kunt zijn, en alleen maar vanuit je eigen bril kunt kijken. Waar onbegrip zou kunnen zijn voor verschillende werkwijzes, levert dit soort sessies begrip op. Ah, dát is de reden waarom mijn ene collega steeds blijft hameren op dat de structuur eerst helder moet zijn, en waarom mijn andere collega dat altijd irritant vindt en juist altijd meer tijd en ruimte wil voor open brainstorms. Als je op deze manier alle types langsgaat, ontstaat er een beeld van de diversiteit samenwerkingstypes. En er ontstaat begrip van de verschillende behoeftes van mensen in samenwerkingen. Dat levert dan weer de mogelijkheid op om meer gebruik te gaan maken van elkaars krachten en om beter te gaan samenwerken.

Wat mij betreft is een mooi besef, door het gebruiken van de signaturentest, dat iedereen alle types in zich heeft. Het helpt om te realiseren dat je het allemaal in je hebt, maar dat je een ander startpunt hebt. Want in zo’n sessie kan soms ineens verklaard worden waarom je altijd geïrriteerd bent door bijvoorbeeld een vindingrijke vormer, die altijd maar zo vaag blijft en altijd met nieuwe ideeën komt, of een gezaghebbende onderhandelaar die altijd snel tot een beslissing wil komen, of een betrokken relatiebouwer die eerst mensen wil leren kennen en wil kletsen voordat ze de inhoud in gaan. Misschien komt die irritatie wel omdat jij dat type minder in je hebt, en het misschien stiekem méér zelf zou willen hebben. Dat inzicht kan helpen om zachter te zijn naar jezelf en met meer bewondering te kijken naar mensen die heel anders zijn dan jij. En het kan een mooie uitnodiging zijn om dat type, dat je van nature niet zo in je hebt, wat meer te waarderen, en misschien zelfs wel een uitnodiging om dat type in jezelf wat meer naar boven te halen.

Hoe zorg je ervoor dat een congres niet de zoveelste samenkomst is, maar dat het bijdraagt aan een positieve verandering? Er bestaan immers tal van evenementen, congressen en netwerkgelegenheden en voor je het weet ben je meer handen aan het schudden, dan dat de schouders onder de maatschappelijke opgave worden gezet. Na de Natuurinclusief Top in 2023 was het dan ook de vraag hoe het vervolgcongres in 2025 daadwerkelijk een volgende stapsteen in de natuurinclusieve beweging kon zijn. Zo werd de Natuurinclusief Manifestatie 2025 (NiM25) geboren.

Wat is manifesteren?

In gesprek met de organisatie van de NiM25, werd duidelijk dat manifesteren als doel heeft “dat mensen geraakt worden, zodanig dat ze natuurinclusiever gaan handelen, of dat nou via een deal is of op andere manieren zoals het initiëren van een nieuwe project of samenwerking”. Manifesteren gaat dus over het leggen van de juiste verbindingen; bij jezelf en tussen mensen met complementaire of geheel andersoortige praktijken: beleidsmakers, koplopers, financiers, innovators, maar ook studenten, werklozen, filmmakers en kunstenaars. Manifesteren gaat hiermee ook over het lef hebben een stap naar voren te zetten in een transitie om beweging in gang te krijgen en de dynamiek te veranderen; dit kan o.a. door deals te sluiten, nieuwe samenwerkingen te starten en andere doelgroepen te betrekken. Maar vooral door nieuwe verbindingen mogelijk te maken; verbindingen die je vooraf zelf nooit had kunnen bedenken of voorzien.

De NiM als lappendeken

Een goed transitiecongres ondersteunt een bredere beweging. Het is hiermee geen eindpunt of doel op zichzelf, maar een gebeurtenis die bijdraagt aan een lopende verandering. Om met de taal van Hans Vermaak te spreken (auteur van ‘De logica van de lappendeken’), diende de NiM bij te dragen aan verbindingen in de natuurinclusieve ‘lappendeken’. Waarin elke natuurinclusieve pratijk een lapje of onderdeel is van het grotere geheel; of dat nou een nieuwe strategie is of een burgercollectief dat bomen plant. De NiM kende daardoor allerlei verschillende activiteiten en momenten om op verscheidene manieren aan verbinding te werken.

Zes gouden lessen voor andere transitie-congressen

Reflecterend op het evenement, formuleren we graag een aantal lessen die wellicht voor andere evenementen of toekomstige manifestaties van waarde kunnen zijn, of ter inspiratie kunnen dienen.

1. Ontwerp ruimte voor meerdere type verbindingen

Op de NiM herkenden we meerdere type verbindingen: het vieren, het zaaien en het bezinnen.

Vieren is het bekrachtigen van werk dat vooraf is gedaan, denk hierbij aan deals, coalities of manifesten die klaar zijn om publiekelijk bevestigd te worden. In aanloop naar het evenement kun je als organisatie betrokken stakeholders helpen scherp te houden wat zij te vieren hebben. Als voorbeeld, werden de sessiebegeleiders actief uitgevraagd wat hun manifesterende vraag in de sessie was. Tijdens het evenement is het belangrijk een podium te bieden om deals te vieren.

Zaaien is het scheppen van nieuwe verbindingen en afspraken die later eventueel tot projecten, onverwachte samenwerkingen, financiering of beleidswijzigingen uitgroeien. Hiervoor is ruimte in het programma nodig om elkaar te ontmoeten, gepland en ongepland. Voldoende sessies met een divers aanbod zorgt voor kwaliteit in verbinding. Maar ook genoeg ruimte om niet in sessie te zitten, is hiervoor van waarde.

Bezinnen draait om geraakt worden: een moment voor jezelf waarin je een gevoel of een boodschap tot je kan laten doordringen. Dit kan zowel georganiseerd (bijv. via de is-en-wasstraat, een dans of filmvertoning) of onverwachts (een vlucht ganzen dat opstijgt tijdens een excursie) tot stand komen.

Elke energie vraagt om andere ruimtes, ritmes en regels: het een vraagt om een zichtbaar podium, het ander om een goed gesprek en een derde vraagt om een belevenis. Die drie kunnen elkaar versterken (een dans in de zaal) of elkaar tegenwerken (elkaar niet kunnen verstaan tijdens een goed gesprek). Het is goed om na te denken wat voor soort energie je wilt stimuleren en hoe je verschillende bewegingen en momenten elkaar kunt laten versterken.

2. Creëer ruimte voor doorbraakmomenten

Koppel je evenement aan zaken die bestuurlijke en maatschappelijke tractie geven. Op NiM25 was dat bijvoorbeeld het Manifest Netto Natuurwinst, dat werd ondertekent op het bestuurdersdiner. De NiM heeft meer dan 10 van zulke deals opgeleverd en dergelijke ankers maken van een congres een versnellingspunt.

3. Breng de transitie naar de mensen toe

Sessies op een congres zijn vaak samenvattend of activerend. Om de opgave echt te doorleven, helpt het om met beide voeten in de klei te staan. Het zorgt voor andere gesprekken. Een voorbeeld is het organiseren van excursie-dagen voorafgaand aan het congres. Dit laat deelnemers uit verschillende hoeken even samen op dezelfde grond staan: dezelfde lucht, dezelfde context. Dat schept realisme, vertrouwen en een gedeelde taal voor de manifestatiedag. Gebruik excursies ook voor het betrekken van onverwacht doelgroepen (bv. jongeren, financiers).

4. Laat ruimte over voor ongeregisseerde ontmoetingen

Als je wilt zorgen dat mensen verbinden met elkaar aangaan, moet je daar ook ruimte voor bieden. Zorg er bijvoorbeeld voor dat niet iedereen in sessies plaats kan nemen zodat men automatisch tot gesprek of ontmoeting wordt aangezet. Creëer ook lucht en ruimte in het programma en op de locatie (prop dus niet alles vol) om spontane ontmoetingen en verbindingen te stimuleren. Men zoekt elkaar in de rand van het programma dan vanzelf op of komt elkaar tegen; bovendien weten mensen vaak zelf het beste hoe ze in verbinding met anderen willen treden en waar ze naar op zoek zijn.

5. Maak verschillende manieren van verbinden mogelijk

Op de NiM kon je bij de entree kon je tussen verschillende kleuren keycords die duiden op in welke sector je werkzaam bent. Op je naamkaartjes stond de naam van de organisatie waar je werkt. Hiermee spreek je echter één specifieke manier van verbinden aan die meer gericht is op vertegenwoordigers van organisaties (‘hoi ik ben … van ….’). Er zijn echter tal van andere manieren mogelijk om verbinding te stimuleren: je drijfveren, de beweging waar je aan bijdraagt, je totemdier, waar je je op dagelijkse basis mee bezighoudt. Door klein te interveniëren (wat zet je op de naamkaartjes?) kun je andersoortige verbindingen stimuleren (‘Mijn totemdier is ook een uil!’).

6. Vergeet niet te oogsten

Het evenement is slechts een momentopname. Er ontstaan verbindingen in aanloop naar, rondom, tijdens en na de NiM: onverwachtse verbindingen, deals die gesloten worden of uitwerking verdienen, collega’s die geïnspireerd terugkeren in hun organisatie. Borg zowel de concrete output (bijv. in een e‑magazine zoals deze), maar zorg bijvoorbeeld ook voor een platform achteraf waar nieuwe deals gevierd kunnen worden. Met andere woorden, houd scherp tijdens de organisatie van een evenement dat het eindpunt niet het evenement zelf is, maar de nasleep erna ook aandacht verdient.

Conclusie

Van handtekeningen van bestuurders en CEOs tot een nieuw verworven stageplek van een student. Manifesteren draait om het creëren van beweging. En ook al gaan onverwachte verbindingen ook vanzelf, je kunt als organisatie een positieve impact hebben op beweging door zowel in aanloop naar, als tijdens en achteraf verbinding te stimuleren. Soms zit dit in programmeringskeuzes (niet teveel) en soms juist in activatie vooraf (wat heb jij te vieren?).

Het belangrijkste besef is dat je als organisatie het manifesterende component in ieder onderdeel van je programma kunt integreren: van (rand)programmering tot keycords en alles ertussenin. Zelfs de titels van initiatieven op de markt kunnen ertoe leiden dat sommige kramen druk bezocht worden en andere niet (formuleer een hulpvraag of concreet aanbod). De manifestatie is hiermee op 10 december in de Brabanthallen gevierd en versneld, maar leidt hopelijk met name op langer termijn voor beweging en impact.

© 2026 - BINT de verbindingsdienst
K.v.K. nr. 62378708